Batman maakt een bom  

Waar heb ik drie uur naar zitten kijken? Naar de fenomenale jukbeenderen van Cillian Murphy, zoveel is zeker. Maar Oppenheimer is geen biopic, het is een superheldenfilm, keurig volgens de regels van het genre. In het begin van de film lijkt natuurkunde hoofdzakelijk een kwestie van in bed liggen en door visioenen bezocht worden. Dr. Oppenheimer – of moeten we zeggen: professor X – bezwijkt nagenoeg onder zijn eigen theoretische vergezichten (het universum is dan ook groot). De kracht van Oppenheimers brein blijkt echter groter, en dus zegeviert hij over zijn innerlijke demonen. Sterren en moleculen moeten hun geheimen aan hem prijsgeven.

Het lot van de mensheid ligt vervolgens in zijn handen, want aan hem de opdracht een atoombom te maken. Een wetenschappelijk superteam komt bij elkaar, en ongeveer zoals Professor X zijn School for Gifted Youngsters heeft, zo heeft Oppenheimer in Los Alamos zijn geheime locatie. Oppenheimer tekent nota bene een X op een krijtbord als hij de plannen wil uitleggen (dumdumdum). Oppenheimer, liefkozend Oppie genoemd, trekt als leider een kek en scherp gesneden legerjasje aan. Daar wordt hij door een collega onmiddellijk uitgepraat. Kenners van het genre weten: zo’n knipoog naar het wel/niet aantrekken van een superheldenpakje is een bekend gegeven. Dan deed The Incredibles dat toch leuker. Uiteraard zijn er William Stryker-achtige figuren uit het leger/de geheime dienst/de politiek bij het zaakje betrokken. Uiteindelijk zullen die de ‘hopeloos naïeve bedoelingen’ van Oppenheimer verraden voor het stillen van platte machtshonger.

De rol van vrouwen? Strikt genomen zitten er geen vrouwelijke mensen in deze film; het is De Vrouw als Biologisch Genre. Een diersoort die magnetisch aangetrokken wordt door de explosieve stootkracht van mannelijke genialiteit, om er vervolgens hopeloos onder te bezwijken. De vrouwelijke personages in de film kunnen niet anders dan als een blok voor Oppenheimer vallen. Daarna volgt hun ondergang (drankverslaving, zelfmoord). De historische Oppenheimer moet in zijn omgang met vrouwen een Picasso-achtige fucked-upness aan de dag hebben gelegd, en dat had interessant materiaal kunnen zijn, maar Nolan geeft de kijker de tamme boodschap: tsjonge jonge, die Oppie, zo geleerd en dan ook nog een heuse ‘vrouwenversierder’.

[Afbeelding: Maria Goeppert Mayer, werkte aan het Manhattan Project en won later de Nobelprijs in natuurkunde. Niet in Oppenheimer te zien…]

Drie uur dendert het verhaal voort, maar is er wel een centraal conflict? Een geloofwaardige tegenmacht tegenover het Amerikaanse wetenschapsimperialisme lijkt niet te bestaan. Nazi-Duitsland? We zien weinig tot niets over Duitse wetenschappers en hun vorderingen. Rusland? Zeker, er schijnen Russische natuurwetenschappers te bestaan die ook kunnen nadenken, maar de film neemt niet de moeite die alternatieve werkelijkheid te tonen. Wat wel de volle aandacht van de regisseur krijgt, is Oppenheimer op zijn ranch in de woestijn van Los Alamos. Op die plek zal het genie zijn droom weten te verwezenlijken, te weten: cowboyen combineren met wetenschappen. Ongetwijfeld ego-projectie van de maker.

Woonden in Los Alamos geen native americans die grof en nog altijd voortdurend onrecht is aangedaan met de kernproeven op hun land? Ook dat historische gegeven wordt verdund tot een ultrakort zinnetje uit de mond van Oppenheimer. Verder zien we die historische realiteit niet.

Twee dingen vond ik geloofwaardig. Ten eerste dat een hooggeplaatste universiteitsbestuurder (sappig vertolkt door Robert Downey Jr.) de meest gewetenloze schurk van het hele stelletje blijkt te zijn. En ten tweede somt president Truman aan zijn raadgevers bijna terloops een lijst van potentieel te bombarderen Japanse steden op. Genocidaal geweld wordt dan heel even precies zo schaamteloos gepresenteerd als het was. Verder bestaan in dit filmisch universum Japanse mensen niet als relevant op zichzelf, maar enkel als een afgeleide, als ‘moreel dilemma’ voor de held. We zien dus vooral voortdurend close-ups van het kloppende voorhoofd van Oppenheimer als het over Japan gaat.

In een optimistische bui zou je kunnen stellen: oké, dat mag allemaal zo zijn, maar wat dan nog? Nolan gebruikt listig de genreconventies van de blockbuster als een Paard van Troje. In het aantrekkelijke jasje van de heldenvertelling smokkelt hij toch maar heel wat verontrustende geschiedenis naar binnen. En dat voor een miljoenenpubliek. Pessimistischer is de uitleg dat Nolan hiermee een receptuur ontwikkeld heeft waar we de komende jaren doodgegooid gaan worden, nu het verzadigingspunt van de daadwerkelijke superheldenfilms wel zo’n beetje bereikt is. Waar films over Hulk, Batman et tutti quanti evident bij elkaar gefantaseerde flauwekul zijn, pretendeert Nolan met Oppenheimer het grote publiek iets wezenlijks bij te brengen, terwijl: de geschiedenis is weerloos tegenover het narratieve geweld van het superhelden-genre. Alle historische complexiteit gereduceerd tot een zogenaamd innerlijk conflict van één briljante man met het lot van de ganse aardbol op zijn schouders. Wat een implosie.